Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 28 november 2022

Scroll to top

Top

Knusse avond met Marc O’Reilly in Blue Collar Hotel

Knusse avond met Marc O’Reilly in Blue Collar Hotel
Guido Segers

Op deze donderdagavond was het weer tijd voor een 2 Meter Sessie in het Blue Collar Hotel. Dit keer met opkomend talent Marc O’Reilly uit Ierland, een bluesy, folky artiest met een drietal prachtige platen op zijn naam. Wij zijn er bij natuurlijk.

Foto’s Justina Lukosiute | Tekst Guido Segers

De sessie zelf vindt altijd op de middag al plaats, enkel de camera’s en de artiest. Zo vertelt Jan Douwe Kroeske ons, terwijl we beeld van die sessie bekijken. De band staat in de zaal, voor het podium. De gordijnen zijn dicht om afleiding te voorkomen en we zien een band in vorm in volle concentratie spelen. Zo hoort dat, enkel de muziek

Voor we van start gaan, luisteren we eerst nog even wat uit het archief. Dit keer is dat een stukje Triggerfinger, inclusief drummer met prullenbakken en daarna een liedje van Kula Shakur. Opvallende en bijzondere sessies om van te genieten. Marc O’Reilly mag er ook eentje kiezen en dat is 16 Horsepower met ‘Haw’, een bijzonder nummer van de band, opgenomen in 1996. Kroeske vertelt mooi over de bands tussendoor, met zijn encyclopedie aan kennis.

Meteen daarna start O’Reilly solo op het podium. Met enkel gitaar doet zijn zang sterk denken aan James Vincent McMorrow of Damien Rice. Breekbaar, gevoelig maar ook weer gesterkt door een eigen kracht. Met de band erbij wordt het een ander verhaal en is het inderdaad ‘rocking out’. De nummers vloeien een beetje in elkaar over en het is vooral een band die organisch staat te spelen, alsof ze het ook echt leuk vinden. Dat geeft een extra gloed aan de show.

Alle albums komen langs, zo ook het debuut ‘My Friend Marx’. ‘Get Back’ en ‘Tell Old Joe’ volgen elkaar op, de een strak en bluesy, de ander speels en dromerig. Marc O’Reilly heeft veel kanten in zijn muziek, maar na ‘Hail’ doet hij iets speciaals. Hij springt van het podium, met akoestische gitaar, om ‘An African Day’ te spelen. Een instrumentaal nummer, waarbij O’Reilly drumt op de kast terwijl zijn vingers over de snaren razen. Een etnische mix van folk lijntjes en percussie toont zijn unieke skill om een gevoel om te zetten in muziek en tegelijk de optimale beheersing van het instrument. Het nummer is geinspireerd door een bezoek aan het continent en dan ook voelbaar in de sound.

“All my songs are miserable, so just enjoy listening to the music and ignore the lyrics”, grapt de zanger tussendoor, voor hij ‘The Scottishc Widow’ inzet. De Ier is inderdaad niet van de vrolijke nummers, maar schrijft wel geweldige muziek. Na een klein anderhalf uur komen we bij het slot van de set aan met ‘Cochain’. Nogmaals solo en met band laat O’Reilly zich horen en krijgt iedereen op de been voor een daverend slotsalvo.