Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 6 augustus 2020

Scroll to top

Top

10 jaar Def Americans: Interview met Elco Weitering

10 jaar Def Americans: Interview met Elco Weitering
Guido Segers

Op een zonovergoten ochtend in Woensel bellen we aan bij. Elco is de frontman van de Def Americans, de befaamde Johnny Cash covergroep uit Eindhoven. De band heeft een dubbel jubileum dit jaar en dat is meer dan genoeg reden om eens op de koffie te gaan.

Tien jaar bestaat de band al en ook is de band aan de tiende editie van de Johnny Cash Memorial show staat ook op de planning. Vroeg in de ochtend zitten we aan de koffie, nog net de hitte voor in de achtertuin van Elco. Niet het meest rock’n’roll tijdstip, maar wel een verstandige keuze. Met koffie uit de French Press is het goed toeven.

Weitering is een boomlange man met een ontwapenende lach. Hij spreekt op kalme toon over de laatste tien jaar, maar ook met veel liefde en respect voor wat wat de band doet. We spraken over 10 jaar Def Americans, Johnny Cash en muzikaal DNA en ‘brabicana’.

10 jaar Def Americans

Hoe is dat nou, tien jaar bezig zijn met de Def Americans?

Tien jaar is zo voorbij, ‘time flies when you’re having fun’ zoals ze zeggen. Het blijft ook leuk met nieuwe plekken om te spelen en nieuwe mensen om te ontmoeten. Tsja, we zijn een coverband en daar moet je als muzikant vies van zijn, maar ik heb tegen een zaal waar we optreden wel eens gezegd; Zet die lampen eens aan en kijk om je heen, zoiets zie je nooit met je andere bandjes. Het publiek dat we trekken is zo divers, van metalheads tot bejaarden, kinderen met ouders… De muziek van Cash die we spelen raakt aan een soort muzikaal DNA. Iedereen voelt het en mensen kennen altijd meer nummers dan ze denken.

Als coverband zoek je naar een bepaalde authenticiteit. Het is een tribute, waarin je niet moet proberen om Cash te zijn. Je moet jezelf zijn op het podium, dat was ook zijn kracht. Oprecht zijn en ook een grapje maken moet gewoon kunnen. Mensen verbazen zich daar wel eens over bij ons.

Wat is eigenlijk het beginpunt geweest van de Def Americans, hoe zijn jullie gestart?

We speelden allemaal in Rockcity bandjes, zoals Denvis & The Real Deal, Elconjo, Speedking en de Responders. Voor mij begon het op het podium met Elconjo, toen de snaar klapte van de bassist en er moest wat opgevuld worden. Ik speelde toen een nummer van Johnny Cash op mijn Flying V. Later werd ik gevraagd door de jongens van Speedking om dat nog een keer akoestisch te doen op een verjaardagsfeestje in het TAC. Daarop volgde een éénmalig optreden met de eerste versie Johnny Cash coverband, wat een tweede keer werd en vervolgens jarenlang is doorgegaan.

In eerste instantie was het een ding wat we erbij deden, maar we kregen steeds meer optredens. Langzaam aan werd Def Americans een serieus ding en werden we door het vele spelen betere muzikanten. Daar komt dan ook bij dat je ouder wordt en meer muziek gaat waarderen en openstaat voor iets anders. Johnny Cash stond bij onze ouders in de kast en met de tijd kwam de waardering daarvoor. We hebben allemaal een voorliefde voor country, traditionals en het soort ambachtelijke muziek die we zelf aanvankelijk niet konden maken. Wij zijn ook maar gewoon een stel boerenlullen met een voorliefde voor raggende gitaren.

Toen zijn jullie ook gestart met wat uiteindelijk 10 Johnny Cash Memorial shows gaan worden. Hoe is dat tot stand gekomen?

In 2008 was de allereerste editie. Dat was ook het jaar dat Johnny Cash 5 jaar geleden overleden was en die datum, 12 september, viel in het weekend. Daar wilden wij iets mee doen en Dynamo toonde meteen interesse. Dat was dus ook vrij rap in ons bestaan, we waren net anderhalf jaar bezig. Zo is eigenlijk de formule ontstaan die nog steeds werkt. De set die we daar speelden hebben we vervolgens nog op meerdere plekken gespeeld. Het was niet een plan om een jaarlijks evenement te creëren, maar dat is het wel geworden. De eerste keer trokken we dan ook publiek van alle jongerencentra in de regio waar we gespeeld hadden.

En dan komt er toch een tweede editie…

Ja, dan wordt het ook lastig. We moeten ook ver vooraf beginnen met alle organisatie in verband met de zomervakanties. Elke keer moeten we ons afvragen hoe we deze editie aanpakken, het is altijd een mix van staples (de favoriete hits, red.) en nieuwe nummers uit de catalogus van Cash. Ook dat moeten we op tijd voorbereiden.

Het levert ons ook als band veel op, want het is een jaarlijkse schop onder onze kont als Def Americans. Wij hebben geen single of video om te promoten, dus dit is een aanleiding voor ons als band om onze setlist op te frissen, om wat nieuws te doen en ook al het materiaal weer eens door te nemen. Het is ons eigen feestje en we willen ook goede gastheren zijn. We willen zeker hebben dat alles goed gaat, van de kabeltjes tot de stage lights en goede gasten.

Wat kan een bezoeker van de Johnny Cash Memorial eigenlijk verwachten?

Wat je kunt verwachten is een Johnny Cash show, maar wel eentje vol met Brabantse gezelligheid. Het is geen imitatie act, maar een feest van herkenning met de insteek om het muzikale DNA aan te spreken.

Hoe ben je eigenlijk bij Johnny Cash beland, waarom juist Cash?

Het bijzondere aan Johnny Cash is voor mij de manier hoe hij zijn nummers vertolkte. Zo’n 75% van zijn nummers was niet van hem, misschien een kwart komt echt van zijn hand. Die andere songs zijn traditionals, songs geschreven door anderen of klassiekers uit de American Songbook traditie, waar Cash dan zijn eigen draai aan gaf. Dat was tot in de jaren zeventig heel normaal in de Verenigde Staten, maar ook hier. Men recyclede goede songs en dat werden onvergetelijke klassiekers die iedereen in de een of andere vorm kent.

Cash speelde die nummers alsof ze dwars door hem heen gingen. Johnny Cash was de eenzame cowboy, de bajesklant… Hij vertolkte die nummers op een authentieke manier. Die rotatie van klassiekers, van tijdloze muziek, is voor mij de essentie van musiceren. Het zorgen voor herkenning, waardering voor het vak en muzikaliteit. Cash deed dat, hij maakte nummers eigen en vertolkte ze vanuit hemzelf.

Eigenlijk is dat dus verhalen vertellen, de muzikant als vertolker van dat verhaal, toch?

Ja, dat speelt dan zeker mee. Amerika is een enorm groot land, waar men dezelfde taal spreekt verspreid over een groot gebied. Die songs verspreidden zich ook over dat enorme gebied en kregen een eigen versie op nieuwe plekken. Zo veranderden die nummers, door ze levend te maken in een andere traditie of plek. Daarvoor moet je ze wel eigen maken.

Ik heb een fascinatie en bewondering voor die songtraditie, daar wil ik zelf graag een Brabantse draai aan geven. We hebben dat niet zo hier, de oude liedjes die hier blijven hangen hebben vaak iets kneuterigs en simpels wat niet altijd relevant meer is.

Is dat iets waar jij met je soloproject mee bezig bent? Je werkt daarin met diverse groepen muzikanten samen en dus ook met verschillende uitvoeringen.

Ik heb me kunnen bekwamen in een stijl die ik erg prettig vind. De nummers die ik geschreven heb zijn een soort blauwdruk voor verschillende samenwerkingen. Met diverse muzikanten wil ik die nummers direct kunnen brengen, zonder al te veel werk er om heen. Toch is die Nederlandse draai aan traditionals geven erg lastig. Het blijft ook iets wat ik er naast doe, het tijdloze zoeken en werken aan iets blijvends.

Er lijkt een hele groep muzikanten te zijn die min of meer hetzelfde zoeken, bewust of onbewust. In een review van 3VOOR12/Eindhoven werd de term ‘brabicana’ daarvoor gebruikt in een stuk over Op Zoek Naar Johan. Naar mijn idee valt jouw solo muziek daar eigenlijk ook onder, net als die van een Bjorn van der Doelen.

Hm, daar zit wel wat in. Die mix van iets traditioneels, folk en country… In de jaren zeventig en tachtig was country ook echt enorm groot, ook in Nederland met Don Mercedes met ‘Rocky’, ‘ Stille Willie (van de Bill Bradley Band, red.), Saskia & Serge… Allemaal heel fout, maar toch muziek van een generatie die bij je blijft.

Ik denk dat veel muzikanten daar nu mee proberen iets uit te vogelen, jongens als André van den Bogaart, Jeroen Kant, Bjorn van der Doelen… Jongens met een liefde voor oude gitaren en een soort ambachtelijk liedjes schrijven. Het helpt ook wel dat ze allemaal kunnen spelen en mooie liedjes maken. Als je een goed liedje kunt maken en mensen mee weet te krijgen, dan heb je iets moois te pakken.

Wat zijn de mooie momenten uit de 10 jaar dat jullie als Def Americans samen zijn? Hoogtepunten, dieptepunten, bijzondere belevenissen…

 Even denken hoor… Wij zijn gevraagd door het muziekgebouw om een soort fotocollage te maken van elk jaar. Dat was een bijzondere zoektocht, ook omdat in 2008 nog niemand een smartphone met camera had. Foto’s van toen zijn er een stuk minder en de meesten zijn van goedkope digitale camera’s. We hebben als band dus echt de digitalisering meegemaakt en dat zien we nu terug. Voor een groep die vrij ouderwetse muziek maakt, zijn we ook vrij makkelijk overgestapt op digitale live gear, die prima samengaat met onze vintage instrumentarium. Geluidsmensen wilden daar in het begin niet aan, maar iedereen moest toch wel over.

Ook bijzonder, we zijn eens ingevlogen voor een festival in Noorwegen. Net dat weekend had Noorwegen de hoogst gemeten temperaturen in 150 jaar en stonden we daar op het podium onszelf te pletter te zweten in het zwart. Twee mensen in een rolstoel probeerden elkaar voor het podium te vangen met lasso’s, waarvan eentje in een badkuip op wielen. Het verdere publiek schuilde in het beetje schaduw dat er was. Het was een aparte ervaring. Wij hebben als band inmiddels het soort status dat we wat eisen kunnen stellen, bijvoorbeeld dat er genoeg te drinken is, maar in Noorwegen moest je dus backstage gaan vragen of je alsjeblieft een biertje mag hebben.

Een absoluut hoogtepunt voor de Def Americans was dat we als begeleidingsband van Tommy Cash (de broer van Johnny Cash) mochten spelen tijdens zijn tour in Nederland. Dat was heel spannend, in de avond optreden en overdag repeteren. Toch was de voorbereiding goed en deden we de tribute shows met daarnaast ook de muziek van Tommy Cash.

Dat moet toch wel een heel bijzondere ervaring zijn geweest. Als toch wel ‘fans’ van Cash was dit toch wel het dichtst dat je bij Johnny Cash zelf kon komen op dat moment.

Dat was zeker heel bijzonder, de repetitie ging heel vlot. We hebben geen hele nummers hoeven te spelen, Tommy hoorde meteen dat het wel goed zat. Hij is al aardig op leeftijd, maar praat met een passie over muziek, zijn eigen carrière en de pieken en dalen die hij heeft meegemaakt.

Hij had wel een beetje moeite met het feit dat niet iedereen even goed Engels spreekt. Toen een fan hem gevraagd had: “Are you going to celebrate the death of Johnny in September?”, vroeg hij zich toch even af of wij in Europa anders omgaan met overleden dierbaren. Hij vroeg aan ons wat dat voor iets raars was om iemands dood te vieren. Waarschijnlijk ging het over onze memorial show. Hij had niet veel eisen en was een echte southern gentleman, zoals dat heet. Het was dan wel een beetje gênant dat we in Friesland wortelstamppot te eten kregen. Een man met zo’n carrière en dan zitten wij met hem samen wortelstamp te eten… Zijn enige eis was een vers lokaal ijsje na de show. Dat moest dan weer wel voor hem klaar staan.

Spelen in Boekel bij Thea Tielemans is ook een terugkerend hoogtepunt voor ons. Daar hebben we altijd graag gespeeld. Thea is idolaat van country en de backstage is dan ook haar huiskamer. Grote namen die in Europa komen toeren spelen vaak in zalen als Ancienne Belgique en Paradiso, maar daar tussenin bij Thea. Ze komt als we aan het spelen zijn steevast langs met een blad vol borrels, waarvan je alles mag pakken behalve die bij haar duim. Die is voor Willem, onze gitarist. Die krijgt dan iets wat niet te zuipen is.

Hebben jullie gekke dingen op jullie rider staan?

Nee, we mogen wel wat vragen, maar eigenlijk gaat het er vooral om dat het prettig is om ons voor te bereiden. Een plek voor Kim (zangeres, red.) om zich om te kleden is belangrijk, een flesje whisky is fijn. Opvallend genoeg staat boven de rivieren de whisky altijd in de koelkast, dus het eerste wat we doen is die uit de koelkast halen zodat ‘ie twee uur later wel te drinken is.

Wat staat er op de planning voor de Def Americans?

Met de voorbereiding op de Johnny Cash Memorial show, zijn we ook bezig met de voorbereiding van het clubseizoen. Komend jaar is het 50-jarige jubileum van de plaat ‘At Folsom Prison’, dus daar willen we iets mee doen.

Wij hebben onlangs ook in de gevangenis gespeeld in Dordrecht. Dat was ook een bijzondere ervaring, waar elke stap die je zet gemonitord moet worden, alles gescand en nagekeken. De mensen van de gevangenis waren hartstikke vriendelijk, maar het is een wereld van procedures. Voor het optreden hadden zich maar tachtig mensen aangemeld, dat vond ik toch wel vreemd. Mag je een keer iets anders doen, maar dan ga je liever in je cel een DVD kijken. Toch was het een goede ervaring, je probeert toch, net als Cash, iets van verlichting en entertainment te brengen. Niet vanuit het Christelijke ideaal van Cash, maar op onze eigen manier.

 Foto’s: (Studio) Gijs Spierings, (Live) Dave van Hout