Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 24 september 2020

Scroll to top

Top

Radar Men From the Moon: Alles loslaten en opnieuw creëren

Radar Men From the Moon: Alles loslaten en opnieuw creëren
Guido Segers

Radar Men From The Moon heeft een nieuwe plaat uit en dan is het hoog tijd om daar eens een praatje over te maken. De band maakte met ‘Subversive III: De Spelende Mens’ de trilogie compleet en dat is een heugelijk feit. Daarnaast was het een interessant jaar voor de band met mooie samenwerkingen met o.a. het Engelse Gnod.

Het Eindhovense viertal dropt met deze plaat hun 5de grote release, als we de demo ‘Intergalactic Dada & Space Trombones’ even niet mee tellen. Daarmee zijn de avant-gardistische space rockers op een eenzame hoogte belandt binnen het Eindhovense rocklandschap. Een nieuwe plaat van Radar Men From the Moon, wordt geevalueerd door een globaal publiek, iets waar niet iedereen bij stil staat. Geheel in eigen stijl is deze band er een die Eindhoven als muziekstad op de kaart zet.

We spreken af met Glenn Peeters, gitarist van de band sinds het eerste uur en de bedenker van het concept achter de plaat. We spreken af in het Popei café voor een kopje thee en een praatje.

Radar Men From the Moon: Alles loslaten om iets nieuws te creëren

Jullie hebben een nieuwe plaat uit. Hoe is die tot stand gekomen?
Het nieuwe album is inderdaad net uit, maar lag al een jaar op de plank. Dat duurt nu eenmaal zo lang met de productietijd en ook natuurlijk de timing van een release. We zijn sowieso erg lang bezig geweest met dit album.

Ik heb me vooral laten inspireren door denkers, met name Johan Huizinga en zijn ‘Homo Ludens’, waar het idee van ‘de spelende mens’ ook vandaan komt. De mens, die zich door spelen ontwikkeld en groeit. Het leek me erg interessant om dat in RMFTM naar boven te halen. Normaal spelen we met drums, gitaar, bas… Maar dat hebben we dus los gelaten. We hebben nieuwe instrumenten aangeschaft, sommigen die we nauwelijks konden bespelen en zijn op een soort primitieve ontdekkingsreis gegaan. Zonder de instrumenten écht te willen beheersen hebben we eindeloos geëxperimenteerd, gespeeld en uitgeprobeerd.

Het resultaat is ‘Subversive III: De Spelende Mens’, een album waarop wij creëren door het spel, waarbij we alles loslaten.

Hoe is dat uiteindelijk tot stand gekomen? Hoe maak je al spelende een album?
De plaat is in essentie live opgenomen. Het is gewoon spelen en laten vloeien, maar wel met correcties om uiteindelijk tot een resultaat te komen, je schept een kader en daar binnen in ontstaan de dingen. Dat gebeurde in een volle ruimte met apparaten, waar we onszelf in elke stap van het proces konden uitdagen.

Normaal gezien is ons proces redelijk standaard te noemen, dat hebben we nu helemaal los gelaten. Door daarmee te breken is dit in zekere zin onze meest extreme plaat geworden, binnen wat RMFTM is. Dat vindt niet iedereen tof, maar als band zoeken we altijd naar vernieuwing. Met een radicale plaat scheppen we nieuwe ruimte voor onszelf om in te bewegen als band.

Waarom zijn jullie voor deze richting gegaan en waar brengt je dit uiteindelijk? Dit kan je van te voren natuurlijk niet zien.
Nee, inderdaad. We zijn met dit album op een nieuwe plek beland en spreken misschien een nieuw publiek aan, wat vooraf helemaal niet zo uitgedacht was. We hadden eigenlijk de verwachting dat het een soort techno plaat zou worden, maar dat heeft heel anders uitgepakt.

Het proces is vooral bijzonder mooi. De nummers zijn ontstaan uit verschillende sessies met continue aanpassen, dingen laten gebeuren en proberen. Je vormt de muziek en laat ‘m zichzelf vormen. Soms kan het dan zo zijn dat je op een stuk metaal zit te spelen om maar iets geks te noemen.

 

Je geeft aan dat diverse denkers je geïnspireerd hebben. Zelf ben je dan ook een kunstenaar met een brede kennis. Welke denkers inspireren je dan en hoe raken je eigen werk en RMFTM elkaar?
Het idee van de spelende mens is van Huizinga, maar door Constant bijvoorbeeld doorvertaald naar architectuur en maatschappij met een utopisch ideaal. Of Nietzsche zag de act van creativiteit als een spel, waarin je het verleden kan laten rusten, de gegeven realiteit niet het laatste woord heeft, maar juist licht laat schijnen op dat gene wat mogelijk is.  In dat moment word het spelende gedistribueerd. Dat zijn voor mij de voornaamste ideeën die deze plaat inspireren.

Ik ben inderdaad als kunstenaar werkzaam en dit soort ideeën beïnvloeden mij. RMFTM is echter los van mijn eigen werk, hoewel er natuurlijk parallellen zijn. De creativiteit in beiden geeft inspiratie voor elkaar.

Hoe zit dat dan met, bijvoorbeeld, jullie laatste video? Deze is door een visueel artieste gemaakt, namelijk Merel Stolker. Hoe komt zoiets tot stand?
Het voordeel is dan wel dat ik contacten heb uit de kunstwereld en we op zo’n manier vaak de resultaten krijgen, waar we naar op zoek zijn. We hebben ons idee aan Merel uitgelegd en daarna haar de vrijheid gegeven om te maken wat zijn hierbij voelde en voor zich zag. Het resultaat vind ik prima passen, omdat het een ander soort aandacht vereist. Het is geen clip in het format van 3 minuten wat meestal in de cultuurindustrie gefetisjeerd word.

Het label had liever wel gehad dat we een wat meer single-waardig nummer gekozen hadden (Black Canvas, Dark majesty is een track van 19 minuten). Wel geven ze ons de vrijheid om zulke keuzes te maken en die vrijheid is voor ons heel belangrijk.

Hoe zorg je ervoor dat een plaat, waarbij je jezelf vrij laat wel blijft klinken als een RMFTM plaat? Sterker nog, hoe houdt je drie platen in een trilogie bij elkaar?
Achteraf zijn de drie platen erg anders geworden dan verwacht, maar ze klinken naar mijn mening alledrie als RMFTM. Dat komt omdat we met vier mensen muziek maken en als je ons vieren bij elkaar zet, komt daar een bepaald geluid uit wat alleen wij kunnen maken. Dat klinkt misschien arrogant, maar ik bedoel meer dat wij een soort energie samen creëren die bij het vervangen van één bandlid anders zou zijn. Ondanks dat er wel vaker andere mensen meespelen met shows of opnames, blijft de kern van RMFTM ons vieren.

Met de drie platen was het idee om een triptiek te maken, drie platen met verschillende, ingekaderde stijlen en vormen. Toen we aan de slag gingen met Subversive waren er zo veel ideeën dat het alle kanten op schoot. We hebben toen besloten om dat te temperen en uit te smeren over drie platen. Achteraf is het een ander soort proces geworden, de eerste plaat klinkt nog als het oude werk, met een focus op minimalisme en repetitie. De tweede zoeken we al naar wat nieuws en op de derde breken we daar helemaal mee.

Zou je het kunnen zien als de drie fasen die een vlinder doormaakt in een transformatie?
Eigenlijk wel, hoewel we als band altijd zoeken naar die verandering en het verleden achter ons proberen te laten. Je zult ons niet een ‘Echo Forever’ set horen spelen denk ik, hoewel je het nooit weet. Wij zijn niet het soort band dat terugkijkt, maar vooruit moet. Daar hadden we deze drie platen voor nodig om helemaal los te komen uit de kaders van onze rollen, instrumenten en werkwijze.

Is daarmee ‘Subversive’ een traject geweest van heruitvinden en wat levert het je uiteindelijk op? Zet dit een streep onder het vorige werk als het ware?
We zijn zonder meer op een nieuwe plek uitgekomen. Wij zijn zelf eigenlijk verrast door het resultaat, maar we hebben dat dan ook bewust gewoon laten gebeuren. Wat wel een belangrijke gebeurtenis was voor RMFTM, is dat op de tweede plaat Bram (van Zuijlen) aansloot. Dat heeft meteen een heel andere dynamiek gegeven aan de hele band.

De rolverdeling is zondermeer minder star geworden. De input van alle leden is niet meer afhankelijk van hun instrument, doordat we de instrumenten losgelaten hebben en bewust geroteerd hebben met de apparatuur en instrumenten die nieuw waren. Daardoor werkten we meer instinctief of intuïtief, dat opent nieuwe deuren. Een streep zetten we naar mijn gevoel na elke plaat, misschien nu iets meer resoluut, maar zoals ik aangaf zijn we geen band die zichzelf wil herhalen. We willen vooruit en nieuwe dingen doen.

Hoe is de plaat tot dusver ontvangen?
Het is opvallend dat de titel vaak op onbegrip stuit. Dat geldt voor de hele reeks dus. Subversief betekent namelijk niet dat het uiterlijk schokkend is, subversie is het omverwerpen, het tegengaan van het gevestigde. Dat is voor ons dus een intern proces. Subversie of transgressie is niet het breken van regels, het is meer daar buiten stappen, buiten het gedefinieerde veld.  We krijgen reacties als “dit is helemaal niet subversief”, maar gelukkig ook “dit is het radicaalste wat de band nu kan doen”.

Tijdens een optreden was de zaal tijdens de show half leeggelopen. Mensen waren oprecht boos. Dat kan natuurlijk ook aan de setting liggen, maar de platen maken in ieder geval wat los. Dat is voor mij het grootste compliment.

RMFTM heeft opvallend veel samenwerkingen gehad. Jullie wisten in korte tijd een show samen te stomen voor Psych Lab met Gnod en Cosmic Dead, namen met de eerste een collaboratief album op onder de noemer Temple ov BBV, namen een split op met White Hills en onlangs waren jullie aan het werk met 10.000 Russos. Wat maakt Radar Men From the Moon zo’n samenwerkingsband?
Dat is een goede vraag, ik weet niet waarom dat zo goed werkt voor ons. Misschien is het wel juist die wens om te ontdekken. In het collaboratief model maak je andere keuzes en deel je ideeën, het is meer een dialoog. Je benadert muziek ook anders, in die zin opent het ook nieuwe wegen.

Die samenwerkingen ontstaan vaak, nadat je elkaar tijdens het touren ontmoet hebt. Er is dus al een klik en als je openstaat voor een samenwerking en de input van een ander ben je al een heel eind. Vaak zit je ook met een tijdslimiet, wat ervoor zorgt dat je samenwerking onder druk toch wat moet opleveren. Dat is dan duwen en trekken om wel iets voor elkaar te krijgen. Dat gaat ons goed af, omdat we daar voor openstaan en vooral de mogelijkheden en potentie zien van de samenwerkingen die we aangaan.

Kunnen we nog wat verwachten van deze samenwerkingen?
Jazeker! De samenwerking met 10.000 Russos was een hele bewuste, waar we echt aan nummers gewerkt hebben samen. Daar gaat zeker nog wat uit volgen denk ik, maar het is te pril om daar al uitspraken over te doen. Er zijn ook opnames met The Cosmic Dead, hoewel dat meer op een jam leek. Het probleem is dat die samenwerking erg rommelig verliep, chaotisch zelfs, waardoor we nog niet tot een resultaat zijn gekomen waar we tevreden over zijn. Ik geloof wel dat dit er nog in zit.

Met Gnod hebben we een bijzondere connectie en we bekijken nu de mogelijkheden om met Temple ov BBV een nieuwe plaat op te nemen. Er staan ook optredens op de planning in Engeland, maar daarbuiten is er nog niets concreet. Met een collectief als Gnod werken heeft nogal wat voeten in de aarde, vooral op logistiek vlak.

Wat zijn de plannen van RMFTM voor de toekomst?

Vooral werken aan de nieuwe live show. We hebben al een keer nieuwe nummers gespeeld, maar we zijn nog een beetje aan het kijken hoe dat met dit album live gaat uitpakken. We zijn natuurlijk al bezig met nieuwe muziek. De volgende plaat zal misschien iets van acid metal worden. Nu nog uitvogelen hoe dat dan klinkt.

Tot slot, als je RMFTM met een gerecht mag vergelijken, wat is het dan en waarom?
Broodje chips natuurlijk. Volgens mij schuilt dit verlangen in vele en wij raden het ook iedereen aan om te proberen. Het gaat erom dat je je diepste verlangens een concrete gestalte geeft. Dat doen wij als het ware ook met RMFTM.

Foto’s: Elke Teurlinckx Fotografie