Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 18 september 2019

Scroll to top

Top

Dead Cross. Punt.

Dead Cross. Punt.
Des
  • On 27 juni 2018

Als je graag concerten bezoekt, zul je zien dat er een hele hoop zijn die allesbehalve slecht zijn, maar achteraf niet heel memorabel. Je vrienden waren er, er was bier, de band speelde leuk – prima op de avond zelf, maar daar is het dan wel weer mee gezegd. Tuurlijk, nog steeds veel beter dan thuis hersenloos naar de televisie gaan zitten koekeloeren, maar toch… Heel af en toe zit er eentje tussen die de verwachtingen niet alleen waar maakt, maar vervolgens compleet overstijgt. Dit was zo’n avond – ondanks een kwakkelende start.

Tekst: Des | Foto’s: Paul Verhagen

De opening van de avond is in handen van Dälek. Als je je in goed gezelschap bevindt, biedt de naam alleen al hilariteit te over: “Ga je mee naar het voorprogramma kijken?” – “Dälek”. De link met de hoofdact is verre van duidelijk, maar te vinden via Ipecac Recordings, het label van onder andere Mike Patton zelve, waarop ook het grootste deel van zijn eigen werk uitkomt – een vlugge telling levert 9 bands op waar de man in mee draait, waaronder Dead Cross, maar ook namen als Melvins en Unsane. In september van vorig jaar heeft Dälek hun eerste Ipecac release gezien, en Mike heeft het blijkbaar naar zijn zin met ze. Het publiek in de Effenaar wat minder.

De losjes aan hip hop verbonden muziek staat in schril contrast met de… terroristische muzikale aanslag die zal volgen. Er wordt wat meegedeind hier en daar, er wordt geklapt, en er wordt alvast wat gejuicht voor het hoofdprogramma als frontman Will Brooks er om vraagt. Twee keer natuurlijk, want de eerste keer is altijd te weinig enthousiast. Typisch. Maar pakken doet het niet. Het publiek in Eindhoven is going through the motions. Ja meneer. Goed gedaan meneer.

En dat is best jammer. De sound van Dälek draait om de raps heen, maar de typische populairdere hip hop elementen zijn ver te zoeken. Niet elk nummer is voorzien van dikke beats, in een hoop gevalle is lichte percussie genoeg om de boel op gang te houden. En ook de dertien-in-een-dozijn melodielijntjes uitgevoerd met het typische geluidje dat deze week in is, blijven uit – in plaats daarvan wordt dit gedeelte van de nummers opgevuld met jungle/ambient geörienteerde soundscapes, bijna atonaal en volledig ongrijpbaar. Nog niet mee te neuriën al zou je er je best voor doen. Als je je een beetje verdiept in Ipecac, snap je wel hoe deze band er terecht is gekomen.

Waarom werkt het dan niet? Er zijn drie oorzaken aan te wijzen waarom het maar niet aan wil slaan. De belangrijkste is waarschijnlijk wel dat het nog niet een klein beetje op Dead Cross lijkt – en aan het publiek is wel te zien dat ze liever vooraan staan bij Slayer dan bij De La Soul. Dan begin je al op een achterstand. Op de tweede plaats zit het geluid ook niet mee; de basloopjes dreunen snoerhard door de zaal en slokken bijna de hele mix op, tot de vocalen aan toe. Alle subtiliteit die erin zit, wordt volledig begraven door een beperkt setje frequenties, waar de muziek zeer sterk onder lijdt. En tenslotte: de dynamiek en energie zijn ver te zoeken. De nummers hobbelen rustig door en nergens is een climax te vinden. Zelfs als zoethoudertje slaat het de plank jammerlijk mis.

Maar mensenkinderen wat is dat snel vergeten als De Heren het podium bestijgen. We hebben het hier over een band met niet alleen Mike Patton (die we kennen van ongeveer 1729 verschillende bandjes), maar ook Mike Crain (Retox), Justin Pearson (Retox, The Locust) en Dave Lombardo (SSSSLLLLAAAAAYYYYEEEEEEERRRRRRRRRR!!!!). De band heeft maar liefst zo’n 30 hele minuten aan materiaal – hun eerste album is vorig jaar verschenen – dus als je een beetje weet waar je een kaartje voor gekocht hebt, snap je dat je kunt rekenen op iets dat waarschijnlijk qua ervaring niet veel verschilt van het ondergaan van defibrilatie na een aanzienlijke hartstilstand.

De opkomst geschiedt onder de zoete klanken van iets dat klinkt als een 56K modem in een blender en dan is het AAN. Het volledige album wordt er van voor naar achter doorheen geklapt, en niemand lijkt van zins de druk van de ketel te halen. Uiteindelijk, in de tweede helft van de set, worden ze verplicht als een van de technici een rebellerende microfoon komt verwisselen, maar dat komt dan ongeveer neer op “Having fun? Good. Now shut the fuck up.” Voor een beetje extra speeltijd wordt My Perfect Prisoner, na goedkeuring voor middelmatigheid vanuit het publiek, gewoon lekker twee keer achter elkaar gespeeld. En niet alleen het publiek, maar ook de band zelf geniet zienderogen.

En heel veel meer valt er niet over te zeggen. De set is tot in de puntjes uitgedacht, inclusief alle overgangen tussen de nummers. Het is kort, het is bruut, het is alles waar je op kunt hopen als je voor dit gezelschap betaalt. En als toegift nog precies één nummer: een medley van Slayer’s Raining Blood, Faith No More’s Epic en Nazi Punks Fuck Off van Dead Kennedys. En klaar. Niks meer aan doen.