Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 10 december 2018

Scroll to top

Top

Gouwe Ouwe van UB40 en Madness doen ’t prima op Strijp-S

Gouwe Ouwe van UB40 en Madness doen ’t prima op Strijp-S
Guido Segers

We mogen er eigenlijk best blij mee zijn dat we midden in Eindhoven grote namen mogen ontvangen. Strijp-S wordt regelmatig omgetoverd tot evenemententerrein, maar met die grote shows zijn we als Rockcity toch best blij. Maar op vrijagavond is het misschien meer Skacity of Reggeatown met optredens van UB40 en Madness op het Ketelhuisplein.

Foto’s Justina Lukositue | Tekst Guido Segers

Het publiek is braaf op tijd en tijdens de warming-up van de avond is het terrein al lekker vol aan het lopen. Met name de Madness fans vallen snel op met hun fez hoedjes, aan te schaffen bij de merchandise stand. Er hangt wat regen in de lucht, maar dat mag de pret tot dusver niet drukken. In Nederland ligt het poppy reggae en ska geluid van de twee headliners wat verder in het verleden, maar in het thuisland is de populariteit nooit weggezakt, vertelt een Britse dame ons: “At home, they would play in the stadium down the road!”

Helaas, hier staan de Britse bands op Strijp-S en dat is ook een prima plek. De eerste opwarmer is het Haarlemse Rilan & The Bombardiers, dat met een soulvol stukje bluesrock. Je kent ze misschien van TV, hun muziek wordt namelijk in een aantal Amerikaanse series gebruikt. Doen ze toch mooi deze mannen. Het opvolgende Lucky Chops uit New York, gooit een flinke pan jazzy blazer klanken over het veld uit. Duidelijk met een Carribisch tintje, weet het gezelschap pas echt de handjes op elkaar te krijgen met een lange medley pophits. Dat hadden natuurlijk ook de 2-tone classics mogen zijn, maar ach.

Madness heeft als band een iconisch imago verworven, wat ook een beetje met het de bijna tekenfilm-achtige gimmicks van de band te maken heeft. Dat hebben ze na al die jaren niet verleerd en al vroeg in de set gaat saxophonist Lee Thompson er vandoor met instrument om op de verste randjes van het podium zijn kunstjes te vertonen. De ‘jerky’ bewegingen van zanger Suggs passen daar ook prima bij, als de band na een mooie blazer-intro meteen ‘One Step Beyond’ inzetten. De band heeft een ongelooflijk arsenaal hits om er tegenaan te gooien en daar komt dan ook de ene na de andere van voorbij. Tussendoor draagt de frontman, echte naam Graham McPherson, een groot deel van de set op aan de verre nakomelingen van Philips, wonende in het gebouw naast het podium en spreekt hij lovend over dat vergeten stuk techniek: de laserdisc.

Hoe klinkt Madness nou na 300 jaar? Het is een beetje als die superfijne fiets die je vier jaar terug in de schuur gezet hebt en er op een mooie zomerdag weer uit trekt. Het piept en kraakt en de banden kan je blijven oppompen, maar met een stukje nostalgie en liefde fietst het toch verdomd fijn. Dat is Madness ook, want ondanks de levendige saxofonist en zanger, zit er verder niet zo heel veel energie in de podiumpresentatie. Toch blijven ze verrassen, ook met een Jimmy Cliff covertje, namelijk ‘Vietnam’. “We staan morgen op hetzelfde podium als Jimmy Cliff, dus we hopen dat ‘ie dan mee doet. Dit is de generale repetitie,” legt de zanger even uit.

De blazersectie doet het uitstekend en de nummers lopen lekker, maar die klassieke scherpzinnigheid van Madness mist wel een beetje. Suggs zelf is vooral aan het oreren en tijdens de reeks hits vanaf ‘Baggy Trousers’, maakt hij het zichzelf wat makkelijk door ‘Our House’ een beetje af te raffelen en ‘Night Boat to Cairo’ vooral aan de backing vocals over te laten of gewoon op te dreunen. Maakt dat allemaal ook maar een bal uit voor het publiek dat heerlijk los gaat? Nee, want het is jouw fijne fiets en daar geniet je van, ook al piept en kraakt ‘ie.

Er zijn van die band-scheidingen die iedereen kent of die een beetje mythologie zijn geworden. Denk aan Kiss of The Smiths, maar ook UB40 klapte uit elkaar na zo’n slordige 70 miljoen platen te verkopen en vecht vrolijk verder. Zanger Ali Campbell vertrok en liet broer Robin Campbell achter met de band. Die vloog broer nummer drie, Duncan Campbell in om te zingen. Ali Campbell vertelt graag in de media dat Duncan niet kan zingen en startte zijn eigen UB40. Nou praat niemand met elkaar en dat is hoe dan ook nogal triest als het om je eigen familie gaat. Je moet het maar net weten. Afijn, de UB40 met Duncan op zang flink wat originele leden in de gelederen.

En ja hoor, Ali Campbell heeft natuurlijk een punt. Duncan Campbell heeft niet dat unieke, afgeknepen stemgeluid wat UB40 zo’n bijzonder gevoel meergeeft. Vooral aan het begin van de set lijkt het meer ene klassieke crooner op de vocalen, maar gelukkig warmt dat op gedurende de show. Wat een band staat er om die zanger heen zeg, het staat echt als een huis met een comfortabele flow en warme klanen. Alsof je jezelf lekker op een comfortabele sofa laat vallen.

Het is wel een opvallende keuze om het energie Madness te laten openen, want met UB40 zakt het tempo toch weer wat terug en het mist die punch van de skasters met hun wijde broeken. Dat wordt dan weer vakkundig opgelost door Earl Falconer en Norman Hassan wat pittigere nummers te laten zingen. Falconer heeft die lekkere, zuidelijke tongval om een potje te toasten en Hassan danst er lustig op los tussen zijn zangpartijen in. ‘Boom Shakalaka’ doet het lekker en het publiek komt er weer goed op stoom van. De eerste druppels beginnen wel te vallen, maar niemand vlucht naar de uitgang, want op het moment dat Duncan Campbell de microfoon weer pakt komen de echte hits. Het zal bij de bar even bijschakelen zijn voor de vele bekers rode wijn die ineens besteld worden, maar dat was te verwachten. De zanger is op stoom als hij ‘Red Red Wine’ inzet en met ondersteuning van Robin Campbell op vocalen hebben we hier toch het echte UB40 gevoel te pakken. Maar natuurlijk zijn er nog veel meer hits…

Met alle mobieltjes in de lucht, zet de band ‘Kingston Town’ in met die vreemde fluit intro van Brian Travers. Die onvergetelijke klanken zijn natuurlijk het teken dat we naar het einde gaan van de show, maar wat een nummers zijn dat toch. Met zoveel platen verkocht, grote kans dat je er zelf wat in de kast hebt staan of in de nabijheid van bent opgegroeid. Dat is dan ook de kracht van UB40, de herkenbaarheid. De band is steengoed, maar geen show-band. Dat past ze ook niet. We sluiten af met het prachtige ‘(I can’t help) Falling in Love with You’. Terwijl de stelletjes elkaar diep in de ogen kijken met die warme intro, dansen we de laatste minuten uit.

Gaat het dan toch nog regenen? Het zal geen enkele glimlach wegwassen deze avond, want ondanks de toch wat versleten sound van de bands is er op het evenemententerrein en in de ramen van Gebouw Gerard op Strijp-S (en de mensen die bij het Ketelhuis over het hek hangen) niets dan warmte voor deze bands.