Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 21 september 2020

Scroll to top

Top

In Flames laat heupen wiegen in de Effenaar

In Flames laat heupen wiegen in de Effenaar
Antoon van Horrik

‘This is a metaldisco!’ laat Anders Fridén het aanwezige publiek deze avond regelmatig weten. Een uitspraak die velen niet zouden verwachten wanneer het vroegere werk van In Flames in ogenschouw wordt genomen. Maar een van de grondleggers van de melodische deathmetal heeft een behoorlijke metamorfose ondergaan. Waar voorheen de Gothenburgsound voorop stond, is op de laatste albums plaatsgemaakt voor een meer toegankelijk, haast poppy, modern metalgeluid. En niet geheel verrassend staat dan ook die nieuwe sound vanavond centraal.

Maar voordat de aanwezigen dansend door de zaal denderen is het de eer aan het Vlaamse/Nederlandse Spoil Engine om de zaal op te warmen voor In Flames. Vanaf het moment dat de rookmachines hun werk doen en zangeres Iris Goessens het podium op rent doet de band zijn uiterste best om beweging in de aardig gevulde zaal te krijgen. Haar eerste verzoek om een circle pit komt duidelijk nog wat te vroeg, maar wanneer ze bij het daarop volgende nummer haar enthousiasme en charmes in de strijd gooit ontstaat er weldra een wall of death. De aanhouder wint. Vanaf dat moment is de toon gezet en het is te merken dat de band goed gedijt bij de overgebrachte levendigheid. Er wordt strak gespeeld en de band is zichtbaar goed op elkaar ingespeeld. Bij het piratennummer ‘Black sails’ van het laatste album ‘Stormsleeper’ gaan de armen massaal de lucht in om mee te deinen op de golven van riffs en roffels. De band kleurt verder netjes binnen de lijntjes met het typische geluid van de moderne metalbands, waarbij een obligate break niet geschuwd wordt. Maar wat ze doen, doen ze goed en de avond wordt zo dan ook prima geopend.

Blijkbaar zijn er nog altijd bands die voortborduren op het alternatieve/nu-metalgeluid van de jaren ’90 en ’00, waar het Israëlische Walkways het levende bewijs van is. Rapachtige vocalen worden afgewisseld met cleane gedeeltes en er is zo nu en dan zelfs sprake van bijbehorende slapping bass en een kort wah-wah guitaarsolootje. De band is zichtbaar blij dat het voor een inmiddels behoorlijk volle zaal mag spelen. Zanger Ran Yerushalmi laat dit dan ook duidelijk blijken door aan te geven dat de band echt wel weet dat de mensen eigenlijk voor In Flames komen, maar dat ze er alles aan gaan doen om de aanwezigen muzikaal te vermaken. Deze misschien wat overbodige nederigheid van de relatief onbekende band zorgt voor een bepaalde gunfactor bij een deel van het publiek, wat zich uit in een zo nu en dan bescheiden pit. De nummers lenen zich daar ook goed voor dankzij de niet al te complexe riffjes en ritmes. Daarnaast zijn de teksten over frustratie en pijn niet al te lastig te onthouden en mee te zingen. Yerushalmi doet zelfs een uitgebreid beroep op het publiek om het refrein (‘For heaven’s sake, it’s all too dark’) van hun laatste single ‘Despair’ uit volle borst mee te zingen, wat vervolgens ook aardig gebeurt. De nummers waren misschien wat inwisselbaar, maar het plezier waarmee gespeeld werd compenseerde het geheel aardig.

Zoals de zanger van Walkways al aangaf: men komt natuurlijk voor In Flames. De band gaat inmiddels, ondanks enkele bezettingswisselingen, al behoorlijk wat jaren mee en er wordt live dus wel wat van verwacht. Wanneer naar het podium gekeken wordt valt het op dat de keyboards een vrij prominente plaats innemen, om nog maar eens aan te geven in hoeverre de stijl afwijkt van het oudere werk. Het is dan ook niet geheel verwonderlijk dat, zodra de grote lichten doven, elektronische klanken door de zaal galmen, waarna de band het podium opkomt en start met ‘My sweet shadow’, ondersteund door een actieve lichtshow. Het nummer vindt al meteen gretig aftrek bij de aanwezigen en het is te merken dat men inderdaad vooral voor In Flames komt. Als dan vervolgens ook nog het nummer ‘Pinball Map’ van het album ‘Clayman’ wordt ingezet staat het publiek nog meer in vuur en vlam. Ook al wordt door sommigen dat album al gezien als de knieval naar het modernere geluid, het is op dat moment een troostende gedachte dat er blijkbaar ruimte is voor klassiekers. Toch blijkt al snel dat de nadruk ligt op alles wat recentelijk is uitgebracht en het is dan ook vooral een feest van herkenning voor degenen die bekend zijn met de laatste vier albums. Hier is duidelijk meer ruimte voor cleane zang, keyboardpartijen en refreintjes die makkelijk mee te zingen zijn en er doet nog maar weinig herinneren aan de melodische deathmetal uit de jaren ’90.

Tijdens de tweede helft van de setlist zoekt zanger Anders Fridén beduidend meer contact met het publiek en dit samenspel zorgt voor een prima sfeer. Wanneer hij nogmaals aangeeft dat het vanavond een metaldisco is en dat de thuis stiekem voor de spiegel geoefende danspasjes toch echt wel getoond mogen worden, wordt er gestaag verder gespeeld. Het nummer ‘Only for the weak’ laat mensen volop meezingen en de begintonen van ‘Take this life’ zorgen voor een flinke pit. Uiteindelijk wordt de avond afgesloten met het nummer met de toepasselijke titel ‘The end’, waarna het afscheid met het publiek volgt. Wachten op nog een toegift waarbij er ruimte is voor oudere nummers blijkt ijdele hoop en dat is toch een kleine smet op de avond. Met zo’n uitgebreid oeuvre zijn er voldoende mogelijkheden om te zorgen voor meer afwisseling en bevrediging van een groter deel van het publiek. Dat neemt niet weg dat In Flames zorgde voor een strakke show waar het merendeel enthousiast op reageerde en dat is misschien meer waard dan een persoonlijke en constante zucht naar het verleden.

Foto archief Eindhoven Rockcity – In Flames @ Effenaar 2016 – Elke Teurlinckx.