Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 10 december 2019

Scroll to top

Top

Helldorado brengt wederom enorm spektakel naar het Klokgebouw

Helldorado brengt wederom enorm spektakel naar het Klokgebouw
Redactie

Helldorado bewees vorig jaar al een aardig uniek event aan de festivalkalender te hebben toegevoegd. De eigenzinnige side-acts en de carnavaleske, gipsy kermis aankleding met een rauw randje blijkt ook dit jaar weer een groot succes gecombineerd met vuige rock & roll, ronkende stoner en beukende hardrock-acts. Het Klokgebouw mag dan niet uitverkocht zijn, maar het is overal gezellig druk wat de sfeer alleen maar ten goede komt. De nodige vuurspuwers en brandende stuntmannen zorgen voor een aangename temperatuur.

De drie zalen zijn praktisch ingedeeld, waarbij de zaal van de Lion Stage het eerste deel van de dag de beschikking heeft over een box-ring waar de nodige worstelpraktijken plaatsvinden. Naast ‘drown the clown’ kun je bij de speciaalbier bar van Lagunitas terecht voor de nodige afwisseling in het bier dieet. Want bier wordt er genoeg gedronken vandaag. Nog meer afwisseling in drank bij de cocktailbus. Het is af en toe ook een ouderwetse ren-je-rot inclusief het maken van keuzes gezien het overvolle programma. Een half uurtje in de comedy chapel en je hebt zo 2 live acts gemist. (RL)

Tekst: Des Crusade & Reno van der Looij | Foto’s: Paul Verhagen

In de ring voor de Lion stage vinden we The Devils, een Italiaans duo: met Erica op de drums, Gianni op gitaar en beiden op zang geven zij voor de middag misschien wel de meest gruizige set van de dag weg. Niet alleen klinkt de muziek lekker smerig, ook wordt er hier en daar druk over geslahtsdelen gewreven om de ruimte tussen de nummers te vullen. Gitarist Gianni maakt graag een uitstapje buiten de ring met zijn gitaar terwijl Erica graag met haar latex pakje en en visnetpanty’s midden in het zicht blijft zitten. Prima om de hormonen op de vroege middag vast een beetje mee op gang te krijgen. (DC)

Daarna is in diezelfde ring Vurro terug te vinden. Deze Spanjaard met zijn runderschedelmasker is een one-man-band, die op piano geënte rock’n’roll de ring uit slingert. En die zit stiekem nog best uitgebreid in elkaar: piano aan zijn linkerhand, orgel aan z’n rechter (met een synthesizer erboven), drums aan z’n voeten, drumcomputer erbij voor meer ondersteuning, bellen aan zijn bovenarmen en – kers op de taart – twee bekkens naast z’n hoofd die hij bedient met de horens van z’n masker. Het resultaat is een bizarre en swingende vertoning die in de ring prima op z’n plek is. (DC)

Op de Cobra stage vinden we ’s middags Monolord. Als de traagste goederentrein ooit dendert de sludge van dit Zweedse trio door en door en door terwijl de zaal gestaag voller loopt. Zonder overdreven agressief of opgefokt te klinken, weten de heren toch iedere beat als een mokerslag weg te zetten – een beetje jammer dat ze al zo vroeg acte de présence moeten geven, want dit zou en heerlijk rustpunt kunnen zijn na een paar uurtjes up-tempo rondgestampt te hebben. (DC)

Lucifer doet vervolgens erg denken aan Avatarium die in 2015 nog op exact deze zelfde plek stonden, maar dan op het toenmalige Speedfest. Een blonde dame (Johanna Sadonis) gezegend met een gouden strot omringd door haar mannelijke collega’s is niet de enige overeenkomst; ook de doom-achtige op Black Sabbath leunende heavy hardrock/metal is vergelijkbaar. Neemt niet weg dat het een prettige 45 minuten muziek zijn. (RL)


Op de Tarantula stage vinden we ’s middags achtereenvolgens The Hip Priests en The Dahmers, waarmee ook Engeland en Zweden aan het lijstje nationaliteiten kunnen worden toegevoegd. Beide bands komen uit de traditie van geüniformeerde rock’n’roll, met de Priests in denim vestjes en de Dahmers in… skelettenpyama’s? Nou ja, op een dag als vandaag vallen ze niet uit de toon. (DC)

Na een korte stop bij de toch wel voorspelbare rock-show van Death Alley die toch veel bekijks trekt aangezien het een van de laatste keren is dat de heren live bewonderen zijn, haasten we ons toch weer terug naar de Tarantula stage. Qua geluid verre van onze favoriete spot helaas. Ook The Vintage Caravan vecht tegen de brei van geluid die door de hal galmt. Hoe enthousiast frontman, gitarist en zanger Óskar Logi Ágústsson ook tekeer gaat. Naar mate de show vordert lijkt het geluid iets beter te worden, of is het de gewenning? (RL)


Bij Greenleaf, ja we staan nog steeds onder de fluorescerende lichtgevende Tarantula spinnenwebben, lijkt het geluid zowaar iets beter. De Zweden hebben voor de zoveelste keer een nieuwe zanger die ook op de langspeler “Hear the Rivers” te horen is. De plaat kwam eerder deze week uit en past prima in de stijl waar de band nauwelijks van afwijkt; goed in het gehoor liggende stonerrock. Zanger Arvid Hällagård geeft het geheel een lekkere bluesy edge, maar de beste man komt wat onbeholpen over op het podium. Prima optreden verder. (RL)

Als de avond is aangebroken zijn The Dwarves aan de beurt op de Cobra stage. Samen met de drie headliners was dit illustere gezelschap eerder al op Speedfest te vinden, en godzijdank zijn ze terug! Dit keer jammerlijk zonder He Who Can Not Be Named – de gitarist met het luchador masker en een schrijnend gebrek aan kledingstukken – maar natuurlijk wel met frontman Blag Dahlia, plus Nick Oliveri op bas, een biker die in de fik gestoken wordt, een smurf en uiteindelijk de dames van Cirque du Mort om een toch al bizarre band een nog onwerkelijker tintje te geven. Met klassiekers als Let’s Fuck, Dominator en Fuck You Up And Get High (met ome Nick op zang) stampt de band de hi-speed punk er aan de lopende band uit. (DC)

Hun opvolgers op hetzelfde podium zijn Zeke, die er in een moeite door een set snoeiharde speedrock doorheen stampen. En dat klinkt op papier fantastisch, maar in werkelijkheid gooit het geluid ook hier nu roet in het eten: de rauwe stem, dikke drums en distortions op standje 11 verdelen onderling alle ruimte die de geluidsman tot zijn beschikking heeft, met als gevolg dat er van baspartijen of herkenbare noten in de gitaren niets, maar dan ook niets overblijft. Voor de trouwe fans geen enkel punt, lijkt het, maar als je als nog niet ingewijde luisteraar – zoals ondergetekende – met hoge verwachtingen komt bekijken wat dit live doet, is het resultaat een situatie die wetenschappelijk gezien als ‘een jammertje’ geclassificeerd wordt. Want de power die de heren van het podium laten knallen is er eentje die zich die dag, ondanks geduchte concurrentie, niet gemakkelijk laat evenaren. (DC)

Onze landgenoten van DeWolff doen het prima tussen al het buitenlandse geweld. Sterker nog, muzikaal gezien hoort de band vandaag absoluut bij de beste acts. De show staat als een huis en het gezelschap is optimaal op elkaar ingespeeld. Het blijft ook gewoonweg heerlijk om dat hammond orgel te horen ronken. De retro-rockers geven wederom een prima visitekaartje af. (RL)


Parallel aan DeWolff vinden we The Dwarves weer terug op de Tarantula stage, maar dan zonder Blag en in plaats daarvan als Nick Oliveri – Death Electric. In de stijl van Mondo Generator, en met een aantal nummers die we ook als Queens of the Stone Age releases kennen, klappen de instrumentalisten van The Dwarves er gewoon nog een setje tegenaan. Minder hoog in de adrenaline dan de eerdere show, maar daarom niet minder smakelijk. (DC)

Als Kadavar dan eindelijk de Cobra stage beklimt, wordt de aftrap richting de climax gegeven. In het verlengde van de pyschedelische ’70s sound die The Vintage Caravan eerder al liet horen, doen deze drie Duitsers er nog even een schepje bovenop. Met drummer Tiger op een prominente plek midden vooraan op het podium wordt er een uur lang heerlijk los gespaced. Uitgebreide solo’s met dikke effecten en goed gevulde baspartijen galmen door de zaal. Maar net als op Speedfest is het weer de drummer die de show steelt. Niet omdat hij nou zo virtuoos speelt, in tegendeel, hij verstaat de kunst van het weglaten en weet precies vaak genoeg ergens op te slaan om de nummers voort te laten kabbelen. Maar zie hem daar zitten, dikke baard, lange haren boven een joekel van een ventilator, bewegend als in slow motion. En die beweging, die overgave aan de groove, dat is precies wat Kadaver kan, en doet. En goed. (DC)

Aan de overkant op de Lion stage wordt het dan tijd voor de minst bescheiden frontman die rock’n’roll ooit gekend heeft. Hoewel, nee, dat dekt de lading niet helemaal. Danko Jones zet een ego neer waar een gemiddeld mens nog niet van kan dromen. Hij prijs de kwaliteit van zijn muziek, zijn band en zijn show driewerf de hemel in. Als je ooit ergens zo door een verkoper benaderd wordt, ga je je stiekem afvragen hoe hard je zo’n vent een kopstoot kan verkopen zonder last van je nek te krijgen. Maar Jones flikt het. Hij heeft zo’n enorme bak charisma en brengt het met zoveel overgave, dat je niet anders kunt dan hem gelijk geven. Hij bespeelt het publiek als geen ander, en dat vreet dankbaar alles wat ze voorgeschoteld krijgen. Met nummers van dwars door zijn volledige oeuvre, met dankbetuigingen aan Speedfest en Peter Pan Speedrock en met de overtuiging van een stoomwals gaat de hele zaal echt aan. (DC)

Als Turbonegro vooral voor de eigen Turbojugend de boel nog 1x vakbewaam naar de mallemoer helpt, is het Klokgebouw langzaam aan het leeglopen. “All my Friends are Dead” galmt nog wel een tijdje na door de krochten van het Klokgebouw. Helldorado 2018 zit erop en borduurt daarmee succesvol voort op de invulling van de eerste editie. Een uniek en vooral erg sfeervol concept waarbij je oren en vooral ogen tekort komt. De side acts zijn een echte aanvulling op het muzikale programma, wat een uniek karakter aan het festival meegeeft. Wat ons betreft volgend jaar gewoon weer! (RL)