Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 19 november 2019

Scroll to top

Top

Windhand luidt de lente in @ Effenaar

Windhand luidt de lente in @ Effenaar
Antoon van Horrik

Zachte lucht, krokussen met de kleur van de lente, een zon die langer van zich doet spreken en kwinkelerende vogeltjes: niet direct associaties die passen bij een avondje doom, stoner en sludge. Echter, niets is minder waar.

De warme, fuzzy tonen van Windhand gaan hand in hand met het nieuwe seizoen. Toch zal er eerst afscheid moeten worden genomen van de laatste winterse trekjes met het voorprogramma Grime. Aan de naam zal het niet liggen.

Tekst: Antoon van Horrik | Foto’s: Bram Geurts

En het is niet alleen de naam die het geheel een duister en koud tintje geeft, want ook het logo op de backdrop had zo van een willekeurige black metal band kunnen zijn. Maar zodra de eerste klanken door de zaal denderen merken we dat we te maken hebben met iets van een geheel andere orde. Zware bastonen, logge riffs en soortgelijk drumwerk. Materiaal waar trilharen in het oor niet direct van gediend zijn. Snijdende, venijnige vocalen die zorgen voor een contrasterend geheel. Het Italiaanse Grime speelt dan ook gewoon onvervalste sludge. Na enkele nummers wordt het publiek gevraagd om wat meer naar voren te komen om zich volledig onder te dompelen in de muzikale lompheid die prima klinkt. Wanneer het tempo bij een enkel nummer wat omhoog geschroefd wordt is dat een welkome afwisseling. De band doet zijn naam eer aan, overrompelt de aanwezigen en wanneer de laatste ijzige klanken naar de achtergrond verdwijnen wordt de oren rust gegund. De winter is voorbij.

Zodra Windhand begint te spelen voelt het als een deken die over het publiek gelegd wordt. De tonen zijn warm en verdrijven langzaam maar zeker de kilte in de zaal, terwijl aangestoken wierook het publiek geruststelt: de lente komt eraan. Gitarist Garrett Morris bevestigt dit nog maar eens door riffs te spelen die Windhand typeren: vol, fuzzy, bezwerend en repeterend. Bij sommige nummers lijkt het dan ook alsof je ze al eens eerder hebt gehoord, maar dit is nergens storend. Daarvoor klinkt het te aangenaam en de subtiele verandering in zo’n riff is voldoende om het interessant te houden. Daarnaast is het benoemen van Windhand als een doom/stonerband te kort door de bocht. Met name de bezwerende vocalen van Dorthia Cottrell bij een nummer als Halcyon en Grey Garden geven het geheel ook een grungevibe en zo nu en dan wordt er ook een licht psychedelisch uitstapje gemaakt. Het contact met het publiek is minimaal, maar dat doet er ook niet toe. De luisteraar groeit en bloeit gedurende set, omdat Windhand gedreven speelt en strak en catchy is zonder daarbij een overdreven beroep te doen op voorspelbare refreintjes. Aan het einde wordt het publiek nog getrakteerd op de toegift Winter Sun. En dan kunnen we naar huis. Met een warm gevoel.