Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 3 maart 2024

Scroll to top

Top

Diep de put in met Wiegedood in de Effenaar

Diep de put in met Wiegedood in de Effenaar
Guido Segers

In de kleine zaal van de Effenaar zit linksvoor bij het podium een putje. Soms komt er echt nare lucht uit dat putje en de hele avond daarbij gaan staan is een beetje zelfkastijding. Eigenlijk best wel vergelijkbaar met wat je jezelf aandoet met een show van Wiegedood. Dat is, hoe therapeutisch het ook kan voelen, een uur lang ongemakkelijk in je vel zitten. Een uur immersie in wat naarheid en ‘unheimlich’ mag heten. Dit is dus een review vanaf linksvoor in de kleine zaal van de Effenaar.

Tekst: Guido Segers | Foto’s: Paul Verhagen

Het is Club Void tijd, en Wiegedood is de debuutshow van nieuwe programmeur Gijs Garenfeld. Althans, dit is toch wel z’n binnenkomer geweest en Club Void kan deze publieksinjectie wel gebruiken, want de zaal staat vol. Meer van dit is niet ongewenst dus.

Modder mag als eerste de luisteraar door het slijk halen. De Belgen komen uit Ghent en dan weet de oplettende liefhebber genoeg. Sludge noemen we het geluid van deze mannen, maar niet van het soort dat als smurrie van de muren druipt na een nummer (denk aan de gecontroleerde chaos van Eyehategod). Nee, Modder speelt strak en samenhangend, weinig losse flodders maar een solide baggeroperatie die door de set heenploegt met de nodige uitspattingen andere richtingen op. Maar echt, een krachtig geluid als de blubberlaag van een walvis (inmiddels heb je vast door wat ik aan het doen ben, dit was een lastige); daar krijg je niks tussen. De enige prut in de zaal, die zit in het putje.

Wiegedood is geen onbekende, maar voor de volledigheid: deel van het Church of Ra collectief, met leden die ook al de instrumenten ter hande namen voor Amenra, Oathbreaker, enĀ The Black Heart Rebellion. Wiegedood klinkt een beetje als hun naam; het is het geluid van een diepe, ongemakkelijke naarheid in de vorm van slopende, niet-te-stoppen black metal. Goed, daar peperen we nog wel wat invloeden overheen (hoe kan het ook anders), maar in essentie is dat de barrage die je een uur lang voor je kiezen krijgt. Op de stille momenten hoor je de instrumenten bijna knetteren, tijdens de nummers zelf krijg je een goed idee waarom mensen graag in een opgefokte Amerikaanse sportauto rijden met afgezaagde uitlaat; je tanden rammelen er gewoon van.

De Belgen lijken maar door te gaan, nummers zonder eind, tunnels zonder licht. Die korte momenten van stilte voelen alsof bovenkomen en naar lucht happen. Horen we daar een soort freejazz jam tussendoor? Allez, we zijn weer onderweg de volgende diepte in. Wiegedood trekt je als luisteraar met hun venijnige, precieze riffs en repetitieve patronen helemaal naar de bodem van de put. Screams of van die onaardse dreunende Attila Csihar-zang geven een klein stukje wegbewijzering in de genadeloze afstraffing die we ondergaan. Hoogtepunt? Begin tot eind, en dat eind is plots en laat de zaal smachtend naar meer achter en juist dat onbehagen is hetgeen waarin Wiegedood excelleert. Maar als het kalf verdronken is, dempt men de put, dus enigszins verbouwereerd keren we weer huiswaarts.