Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| 21 juni 2024

Scroll to top

Top

Dinosaur Jr. brengt het Bridge Festival op gang

Dinosaur Jr. brengt het Bridge Festival op gang
Guido Segers

Dinosaur Jr. live zien is een beetje als koffie zetten met een percolator. Het komt langzaam op gang en op een gegeven punt vraag je af of dat ding uberhaupt nog werkt. Geluidsmannen lopen enigszins panisch rond en schieten vaak toe om correcties door te voeren. Dan begint het te pruttelen en af en toe komen er rare geluiden uit, maar plots komt je koffie naar boven borrelen en een gevoel van vreugde overmant je. En dat gaat dan nog even door, tot het klaar is en dan mag je nog nagenieten van de feitelijke koffie. Nou dat dus, op het Bridge Festival, in de Effenaar, op donderdag. Goeie koffie.

Tekst: Guido Segers | Foto’s: Theo Visser

Het Bridge Festival staat natuurlijk in het teken van gitaren en J. Mascis is daar een van. Hij lijkt niet op de mythische plaatjes die je bij een ‘gitaar god’ in je hoofd krijgt, maar toch is hij met Dinosaur Jr. een muzikantenmuzikant. Sterker nog, als je jezelf Dinosaur Jr. fan noemt, kom je of uit een specifiek tijdperk, of je bent een aardige muzieknerd (en dat bedoel ik met alle liefde, als muzieknerd). Kortom, voor het heftige gitaarwerk is J. Mascis dit weekend de man en Dinosaur Jr. de band om te zien. Het is niet de makkelijkste band om te doorgronden, maar de docu ‘Freakscdene: The Story of Dinosaur Jr.’ was een tijdje overal te zien en gaf toch een goed inzicht. Afijn, het is een band waar je verliefd op wordt of die je links laat liggen. De volle zaal vandaag getuigt ervan dat meer dan genoeg mensen het eerste kiezen.

 

Maar dan moet er eerst opgewarmd worden natuurlijk en dat doet Ghostwoman. Gitarist en zanger links, drumster rechts (vanuit de zaal gezien), en we krijgen meanderende gitaar-golven en een drumritme wat strakker is dan het zonneschild op de James Webb telescope. Stel je voor dat Mark Lanegan gevraagd was om een typische Fuzz Club plaat te maken, dan was dit atmosferische stuk motorik beat americana het resultaat. Nou kunnen we er donder op zeggen dat wat je ook aan Mark Lanegan gevraagd had, hij had iets anders gedaan, maar je snapt ’t punt. Het is wel amusant dat in tekstjes over de band zanger Evan Uschenko de drijvende kracht genoemd wordt. Dat is natuurlijk terecht, de Canadees nam drie platen op met Ghostwoman, maar de drums van Belgische Ille van Dessel zijn toch letterlijk wat het geluid drijft.

De zaal reageert wat lauw op… eigenlijk alles. Maar dat is een beetje te verwachten wellicht, de band slaat zich daar ook met gemak doorheen en zet een krachtige set neer, waar het contrast tussen de twee muzikanten juist de kracht. De mystiek van een woest landschap, maar wel met dat ritme zo strak er onder. Deze band verdient gewoon meer.

Dan volgt er een lange periode van opbouw en gehannes met techniek en plots, zonder enige aankondiging, staat het trio op het podium en zet het eerste nummer in. Nu is het geluid echt even een issue voor Dinosaur Jr. en dat is precies wat ik in de inleiding wilde zeggen. Lou Barlow lijkt af en toe weg te vallen, de zang van J. Mascis is regelmatig niet te horen, en dan is het Murph (oftewel Emmett Jefferson Murphy III) die het geheel bijeen houdt. Niet dat de band zich daar daadwerkelijk door van de wijs laat brengen, het gaat gewoon door. Overigens zonder gelul tussendoor, op een zinnetje hier en daar na. De band stoomt vrolijk door de set heen en als we bij ‘Feel the Pain’ aankomen, ontstaat er ook een heuse pit met enthousiast stuiterende fans. Het gitaarwerk lijkt ook steeds wat wilder te worden, maar ook coherenter. Zeker, zo nu en dan knetterden de speakers nog, vooral op de rustiger stukken, maar dat heeft ook weer z’n charme.

Terwijl we verder gaan door de set heen groeit het enthousiasme, de band komt ook echt op gang en het volume lijkt omhoog te gaan voor ‘Start Choppin’. Er wordt gedanst, gestuiterd, er hangt een blijdschap in de zaal die op het podium zelden te bespeuren is. Dinosaur Jr. is een working band, die stoicijns hun nummers speelt met weinig expressie. De muziek mag het woord voeren. Ik ben geen expert die ze al honderd keer live zag, maar elke live video beaamt dit. Een enkele keer moet de band herstarten en zo nu en dan zijn Murph en Barlow op zoek naar een technicus voor kleine issues, maar de show loopt gewoon door en we krijgen elke hit te horen. ‘Freak Scene’, ‘Mountain Man’ en ga zo door. Het mooie is dat terwijl de band stoicijns voorjakkert, het publiek steeds meer lacht, beweegt en geniet. De koffie pruttelt dus vrolijk naar boven nu en zoals de geur van verse koffie verspreiden die positieve vibes zich door de zaal. Na ‘Forget the Swan’ is het een keer zwaaien en de band vertrekt, natuurlijk weten we dat dit voor kort is.

We nemen even pauze en de band komt terug voor twee nummers, na een niet al te vurig aanmoedigen vanuit de zaal. Lou Barlow moet de boel nog even opstoken, maar dan krijgen we ‘The Wagon’ als afsluiter, wat de zaal collectief laat meewiegen. Tot slot nog ‘Just like heaven’ inclusief dat abrupte einde, maar wat blijft dat een mooie vertolking, ook nu heel netjes neergezet. Nu klopt alle en dan blijven we toch hongerig achter. Maar niet getreurd, nog enkele dagen gitaarplezier.